Van de week kregen we via-via een uitnodiging in handen voor de aftrap van het project Leren Ondernemen in Drenthe. “Drenthe heeft door middel van subsidies van de Ministeries van EZ en OCW de kans gekregen gedurende drie jaar te verkennen hoe kinderen in de basisschoolleeftijd met lef en creativiteit ondernemend kunnen zijn,” meldt de uitnodiging. Welja!
Waar moet ik beginnen?
Natuurlijk zouden wij niet als toehoorder, maar als spreker op die aftrap moeten staan. Als auteurs van Innovatief Ondernemen en als bedenkers van Djungo weten wij meer van het onderwerp “leren ondernemen” dan de rest van Drenthe bij elkaar. De initiatiefnemers van het project (Leren Ondernemen, provincie, Kenniscampus Emmen, Kamer van Koophandel) kennen ons heel goed. Ritzo was tot voorkort ambassadeur van het partnership Leren Ondernemen; ik was tot dit voorjaar verbonden aan de kenniscampus. De subsidiepeuteraar die het hele project aan elkaar geregeld heeft is in november vorig jaar bij ons op kantoor geweest om zich te laten voorlichten over Djungo.
Het lijkt er sterk op dat we hier met opzet buiten zijn gehouden.
En dat begrijp ik ook wel weer. Want wij zouden waarschijnlijk hebben gezegd dat dit project grotendeels overbodig is. Djungo heeft dit voorjaar op 50 scholen in noord-Nederland al laten zien hoe “kinderen in de basisschoolleeftijd met lef en creativiteit ondernemend kunnen zijn”. En Djungo (ontwikkeld zonder één cent subsidie) is over een paar weken voor iedere school gewoon te koop bij onze vrienden van ThiemeMeulenhoff. Overbodig dus. Flauwekulproject. Subsidiespons.
Dat lucht op.
Waarschijnlijk moet ik het juist positief zien. Waarschijnlijk biedt dit project juist kansen om Djungo voor weinig of geen geld aan Drentse scholen aan te bieden. En bovendien: meer ondernemerschap in het onderwijs is uiteindelijk altijd goed. Als ik weer een beetje rustig ben zal ik gaan bedenken hoe hier constructief mee om te gaan. Maar nu ben ik nog een beetje eh … teleurgesteld.
Termen: djungo, onze visie, Onze visie op ondernemen, spreker